Wandeling naar de Rimkeskooi.

Bekijk de wandeling in Google Maps

Klik op een marker om een kleine impressie te zien.
Klik dan op de kleine foto om een grotere foto te zien.

Bekijk meer foto's
Download route-en trackbestanden (zip file) (geschikt voor Ozi Explorer en Mapsource)

Verslag van de wandeling

lengte van de wandeling: 12,2 km

Verslagje van de wandeling.
klik op de foto's voor een grotere afbeelding.

 

 

Terschelling heeft vijftien eendenkooien gekend, nu zijn er nog zeven, allen gelegen in de polder en op de overgang van de polder naar De Groede. Ten oosten van Oosterend, nabij de Wierschuur, liggen vier eendenkooien op een rijtje in de kwelder, De Grië genoemd. Ze liggen hier vlakbij het wantij, de waterscheiding tussen het zeegat ten westen en ten oosten van het eiland. Dit 'hogere' gedeelte blijft het langst droog en daar blijven de vogels het langst foerageren. De eerste, de Takkenkooi, is tevens de oudste en dateert van 1663. De tweede is de Jan Willemskooi (1890) en de derde is de Horrekooi, ook aangelegd in 1890. De laatste kooi is de Rimkeskooi, aangelegd in 1891. Alle vier kooien zijn omgeven door lage dijkjes en vangen nog in geringe mate eenden.

Wij besluiten op een mooie dag in november naar de Rimkeskooi te wandelen.
Het eerste deel voert ons langs de Duinweg die zich even voorbij de recreatiehuisjes afsplitst van het fietspad.

Voorbij de Wierschuur staat een groot deel van het pad tot aan de Jan Willemskooi weer blank maar uit ervaring weten we dat je langs de kanten met wat klauterwerk droog over kunt komen. Carst gleed uit en viel in het water....
We passeren halverwege de Horrekooi die verder van het pad afligt en niet toegankelijk is.

De Rimkeskooi is net als de andere kooien omgeven door een dijkje.
We hebben eerst een rondje rond de kooi gemaakt; dat betekende dat we door vrij hoog gras heen moesten.
Aan de zuidkant zien we een handwiel dat een sluisje bedient en waarmee zo te zien het waterpeil in de kooi geregeld kan worden. Terug bij de ingang moet je even onder het prikkeldraad door (mag eigenlijk niet maar we deden heel voorzichtig en Carst weet zich als ex-blindengeleidehond-met pensioen goed te gedragen).
Je moet daarna met een gammel trapje aan de andere kant van het dijkje naar beneden en komt dan bij de kooikerhuisjes die ietwat verwaarloosd lijken.

We zien in de kooiplas ook een gans die over de kooi lijkt te waken; als hij je hoort maakt hij een enorm lawaai hebben we gehoord; hij bleef stil toen wij er waren.
Verder zwemmen er eenden in- en uit de kooipijpen, er wordt niet gevangen.

Een eendenkooi bestaat uit een plas water met sloten (gebogen pijpen) die aan weerszijden verticale rietmatten hebben en zijn overhuifd met netten of gaas. De pijpen eindigen in een vangkorf.
Een werkende eendenkooi heeft staleenden en lokeenden. De staleenden leven in de kooi maar fourageren daarbuiten en nemen wilde eenden mee terug in de bijt. Deze vreemde eenden vormen de prooi van de kooiker. Die voert de lokeenden regelmatig in de pijp zodat ze het rammelende voerbusje leren herkennen. Vaak fungeert een hondje als nieuwsgierigmakend object waar de eenden achteraan zwemmen. De kooiker voert de staleenden in aanwezigheid van de hond, zodat de eenden daarin het teken zien dat de voedertijd is aangebroken. Eenmaal in de pijp laat de kooiker de eenden schrikken. De staleenden zijn aan hem gewend maar de wilde soortgenoten vliegen verder de pijp uit en de korf in.

Op de terugweg naar huis volgen we het kooipad (koaipôd) want dat is droog.
Mooie en leerzame wandeling.